Hoe ga ik om met complottheorieën of desinformatie die leerlingen als feiten presenteren?
Online desinformatie en complotdenken sijpelen via TikTok en YouTube de klaslokalen binnen. In plaats van de theorie direct aan te vallen, kun je dit moment aangrijpen om te werken aan de SLO-doelen rondom mediawijsheid en kritische denkvaardigheden.
Een belangrijk inzicht om de leerlingen te geven is hen na te laten denken over motieven waarom iemand iets zegt. Daarbij geldt een eenvoudige waarheid: klikken = cashen. De persoon van wie je een video bekijkt op YouTube of TikTok kan daar geld mee verdienen. Daarbij geldt dat meer aandacht (klikken), leidt tot meer volgers (cashen). En hoe trek je het beste aandacht van jonge gebruikers? Door dingen te zeggen die opvallen. Twee tips om met je klas hierover in gesprek te gaan:
Lesopdracht: klikken = cashen
Laat leerlingen een script schrijven voor een video die viral moet gaan.
- Doel: Laat ze nadenken over welke prikkels en 'hooks' nodig zijn om kijkers te trekken.
- Resultaat: Ze ontdekken zelf welke trucs influencers gebruiken om hun aandacht te manipuleren.
Socratische methode: Stel vragen
Geef niet direct tegengas, maar stel verdiepende vragen. Laat de leerling zélf hun beweringen onderbouwen.
- Zet een chatbot in: Leerlingen vertrouwen AI-tools zoals Gemini of ChatGPT vaak snel.
- Vraag om bewijs: Laat de klas de kwestie aan de AI voorleggen en vraag expliciet om onderbouwende bewijsstukken.
- Tip voor de docent: Test je prompt van tevoren zelf een paar keer. Zo weet je zeker dat de AI met de juiste, feitelijke antwoorden komt.
Wat doe ik als een leerling een extreme of discriminerende opmerking maakt?
Een belangrijk uitgangspunt hierbij is: leerlingen choqueren graag. Het hoort bij hun leeftijd en de groepsdynamiek. Net als op social media trekken shockerende uitspraken direct de aandacht. Ga daarom niet overal meteen tegenin. Twee opties om hier mee om te gaan.
Optie : De 1-op-1-aanpak:
Neem een leerling apart zodat je niet de strijd aangaat in de klas.
- Begrens direct zonder erop in te gaan: geef direct aan dat de leerling nu stil moet zijn. Ga niet in op vragen van de leerling.
- Houd de voortgang erin: ga door met de uitleg en zet de klas aan het werk.
- Haal de leerling naar de gang: zorg dat je rustig vraagt aan de leerlingen of jullie iets kunnen bespreken op de gang.
- Bespreek de impact: Negeer de inhoud van de uitspraak, maar benoem helder hoe dit anderen kan kwetsen. Trek een duidelijke grens dat dit niet kan.
Optie 2) De klassikale aanpak:
Wil je wel klassikaal duidelijk maken dat hier een grens wordt overschreden, ga dan voor de klassikale aanpak. Gebruik deze aanpak alleen als er een duidelijke grens is overschreden én je zelf rustig kunt blijven. Maak er nooit een machtsstrijd van.
- Herhaal de uitspraak: Benoem neutraal wat de leerling zei.
- Betrek de groep: Vraag de klas voor wie deze uitspraak kwetsend is. Let op: vraag nooit wat zij ervan vinden. Vriendjespolitiek is voor leerlingen veel belangrijker dan een oprechte mening geven.
- Maak het algemeen: Stel vragen zoals: "Voor welke groep mensen is dit beledigend?" en "Hoe voelt dat voor hen?"
- Trek een heldere conclusie: Leg kort uit waarom de uitspraak discriminerend is en waarom dit bij jou in de klas niet mag. Vraag tot slot of iedereen dit begrijpt en instemt.

Wat als de religieuze achtergrond van leerlingen botst met Nederlandse kernwaarden?
Discussies over bijvoorbeeld LHBTIQ+-rechten kunnen schuren met de religieuze overtuigingen of thuissituatie van leerlingen. De wet verplicht scholen om grondrechten te bespreken, waarbij respect voor ieders identiteit het uitgangspunt is.
Hiervoor is het belangrijk dat leerlingen goed snappen dat hier verschillende grondrechten botsen:
- Recht op gelijke behandeling: verbod op discriminatie
- Vrijheid van meningsuiting: je mag zeggen wat je wilt.
- Vrijheid van godsdienst: je mag kiezen waarin je gelooft.
Je mag best een mening hebben over de leefstijl of seksuele voorkeur van een ander, maar je mag diegene niet anders behandelen of uitsluiten. Dat is namelijk discriminatie. Dus stel dat iemand homo is, en jouw geloof keurt dat af: dan mag jij het niet eens zijn hiermee, maar daar niet iemand om afkeuren, kwetsen of anders behandelen. Hetzelfde geldt voor mensen die niet gelovig zijn. Zij mogen het niet met jou eens zijn, maar mogen jou daarom niet anders behandelen of afkeuren. Best logisch toch?
Hoe helpt Act bij het bespreekbaar maken van schurende thema's?
Het gidsen van deze complexe gesprekken vraagt om geoefende vaardigheden en beproefd lesmateriaal dat aansluit bij de SLO-conceptkerndoelen. Act ondersteunt scholen met kant-en-klare tools, nulmetingen en fysieke docenten om rust en structuur in de klas te brengen.



